IK MOET GEEN WIJVEN!

Aan: Lisette . . . , lieve Lisette ik was al aan het uitknobbelen, hoe ik het vlugst naar Broek in Waterland kan fietsen . . .  Ik ga vast op de pont checken, om hoe laat ik daarop moet zijn, om ’n beetje op een christelijke tijd bij je aan te bellen voor ’n bidonnetje fris water.

Je boek heb ik nog lang niet uit, maar vooral page 76, en alles wat daarna komt over medium en zachte agressie, waar ik doodziek van werd en toen maar achter die hele vereniging ’n punt heb gezet, voordat het uit de hand zou lopen en ik MET GROF GEWELD zou beginnen en mensen op hun smoelen zou gaan slaan . . .  Wat die wijven ook zo goed kunnen is je altijd bageteliseren . . . , je te kakken zetten . . . , je vertelt iets uit je leven . . . , op ‚t end word de hele kwestie in ’n kwaad daglicht gezet . . .  Bijvoorbeeld: Ik vertelde dat ik campeerde in Luzern aan de Vierwaldstätter See. “ ‚t Was er heerlijk mediterraans warm, ik liep de hele dag in me bikini,“ maar zei ik, „aan de Friese meren heb ik ook vaak gecampeerd, hoor . . . “ Mevrouw Volmaak en Perfect: „En na twee weken kon je al niet meer lopen.“ Afzieken! Afzeiken & je kleineren! Alles bagatelliseren en je onmiddellijk de stront in trappen . . . Ik stond er versteld van, dat ik dat keer-op-keer bij al die wijven tegen kwam en wilde me zelfs inschrijven op ’n ‚Assertiviteitscurcus‘, om die Trutten op hun nummer te kunnen zetten, want als brave huismus kom ik die dingen niet dagelijks tegen. Maar, die Matchomannetjes waren ‚t ergst! Op den duur werd ik zo pissig, dat ik er echt niet meer kon blijven. Weiterlesen