E L F R I E D E

SONY DSC

SONY DSC

Op de Kop van Jut, woensdag 30 augustus 2017, 14.45 uur. . . 

Als ik op de website ben van Di Maestro, de weledelgeleerde heer drs. Jean Hubert van Tongeren, kom ik een heel, klein beetje tot rust . . . Ik adem . . .  Moord & doodslag op de trap, want ik sloeg me buurman met een bezem, hij pakte die bezem uit mijn handen en begon me daarmee te rammen . . .  Me man komt net thuis, hij was bij de fysiotherapeut, hier op Hugo de Gootplein. . . Z’n slijmbeursjes in de schoudergewrichten en daarmee begint de algehele aftakeling, maar je hebt zo van die mensen . . .  Ja . . . 

Di Maestro:  „Ik wil dat je het heel precies uitlegt, wat dat voor mensen zijn, want dat kan ik niet ruiken vanuit Maarssen …“

„Zo rond de eeuwwisseling in 2003 kwamen ze hier naast mij wonen op twee hoog en ik kon meteen oprotten. Bonny was al drie jaar en rende stralend van geluk in mijn armen, wat erg leuk was. . . Dus. . . , nam ik alles maar weer, zo als gewoonlijk, met een korreltje zout, want ze waren nog niet binnen en ik moest meteen een flinke stuk touw zoeken, om me zelf aan op te hangen: Daarover had ik al veel eerder uitgebreid over geblogd – Wil ‚t wel opzoeken . . .  Ja, ik dus wel . . .  Ik dacht: Wat heb ik nu weer een aan me kar hangen? Ik vond ‚t meteen leuke, jonge mensen met twee dochters . . .  Maar ja, dat is slechts het uiterlijk . . . , dat dat van die vette bitchen zouden worden . . . Ook, ben ik dan weer onmiddellijk geneigd, om te denken, dat ‚t wel weer aan mij zou liggen, want in deze pishoek ben ik niets anders gewend. Met iedereen ruzie! Onmiddellijk en meteen! Met mannen wilde ‚t nog wel ’n beetje lukken, kreeg ik meteen die Kenau’s op m’n dak. Ik kan niet spontaan hier achter schrijven: Dat kent u? Nee. . . , u bent een heer en u weet en kent dat niet. . . Misschien, is dat wel het probleem: Je zit hier alleen maar met dat a-sociale schorem opgezadeld en dan moeten ze mij hebben . . .  Hebben ze toch nog wat . . . ,“ zei Elfriede . . .  > Je gaat op ’n gegeven moment, dat hufterige buren gedrag, zelfs normaal vinden. Zo ver zijn we al in deze maatschappij . . .  <

Di Maestro, de weledelgeleerde heer drs. Jean Hubert van Tongeren:  „Laat gaan! Je moet er gewoon 100.000 kilo schijt aan ze hebben, want dat hebben ze ook aan jou.“

„Ja, die hoor ik ook altijd voor de kassa bij Albert Heijn, als ik daar weer in de clinch lig met van die wijven, met een hoofddoekje om, uit de Bos en Lommerd. Weet u? Je hebt alles maar te pruimen, maar ik heb zo’n beetje alles wel gehad, dus ik sta me mannetje zelf wel . . .  Stelletje Snotkokers! Ik heb het meer dan twintig jaar geprobeerd, om het leuk te houden, maar vooral bij dit mooie weer zit je te veel op elkaars lip. . . Dan hoeft er helemaal niets te gebeuren en er is weer gezellig, als van ouds meteen heel, veel . . . , ontzettend véél en nog meer stront aan de knikkers . . . Ik had dit ook heel erg bij ‚t Amsterdamse Cultureel-Historische Vereniging,  waar ik voor een jaar lid was, met heel veel gelazer op internet . . .  Wat de deur uiteindelijk dicht deed . . . Dat doet de deur dicht! Leuk, hè . . , zo’n alliteratie? Een dichter denkt dan: Die schrijf ik op! Die moet ik onthouden! Als hij dan aan ‚t afwassen is, bedenkt hij nog twee zinnen. Die afwijking heb ik dus ook, alleen ik schrijf het niet onmiddellijk op en dan vergeet de volgende zinnen weer, want ik kan dat ook goed, hoor. . . Die Kutwijven met hun steken onder water. Zij van hier beneden woont dus op een koopwoning en wij huren, dus wij zijn te min. Een paar weken geleden liep ze op allen dagen en gisteren zag ik haar voor ‚t raam, met haar rolgordijn en de balkondeuren stonden open, want het was dertig graden in de schaduw . . .  Ik riep: ‚Mama!‘ En, weer: ‚Mama!‘ Ja, 1000.000.000 kilo schijt en dat is leuk, hè . . .  Ja, als ik mama roep: Zij is mijn mama niet, dus . . .  Ik zag een blauw ballonnetje hangen, dus ik vermoed, met mij beperkte middelen, dat het `n jongetje is geworden . . . Ik denk: Sterf Kutwijven met hun eeuwige verbeelding: overal en altijd, wat denken ze wel? Opeens begon ik te zingen, want tijdens de afwassen had ik al wat bedacht: „Oh, wat was ze weer geil, ze ging weer voor de bijl!‘ Ik had vier zinnen. . . Ja. . . Begin van een sonnet. . . Wat moeten ze nu?,“ vroeg Elfriede, maar dat wist Di Maestro ook niet een – twee – drie . . .

Di Maestro, de weledelgeleerde heer drs. Jean Hubert van Tongeren:  „Leuk! Ze zijn niet met elkaar getrouwd?“

„Nee,“ zei ze, „als hij daar op moet wachten. . . Tegen die tijd zit haar ijskast vol met medicijnen en gaat hij liever naar voetballen kijken . . .  Zo werken die dingen en nu weten al die Kankertrutten, met hun eeuwig durende gezeik, meteen waarom deze trut liever schrijft en niet met twintig kinderen en kleinkinderen naar Harry Potters films zit te kijken. Dat wilde ze allemaal precies weten. En . . . , ze kwamen niet bij u, met hun eeuwige gezeur zo van: „Jean? Had jij haar niet zwanger kunnen maken? Waarom heb jij haar nooit zwanger gemaakt? Had makkelijk gekund, want ze viel op je . . .“ „Nee?,“ zei hij. „U had nergens last van? U had kunnen zeggen . . .  Laat maar . . . ,“ bedacht ze zich.

Die Kankertrutten van de Amsterdam Cultureel-Historische Vereniging: „Waarom kijk jij niet naar Harry Potters films?“ Dat was dat Witte Spook, die Nachtmerrie uit de Bos en Lommerd buurt, die Koekkruimel op te Hoge Hakken helemaal op het einde in het Museum Catharijneconvent, op zaterdag 14 november, om 13.55 uur. Toen op het einde – toen ik u voor ‚t laatst . . .  U vond ‚t nog even nodig, om te komen kijken of wij ons wel beschaafd gedroegen op dat grote opblaas kussen . . .  Kijk, als ik haar ’n rot trap had gegeven, dan was Leiden echt helemaal in last geweest! Meteen 112 op die mobiele smarth-phone’s, want die trut mag geen rot trappen geven en die Koekkruimel op te Hoge Hakken met een flink bos hout voor de deur van de trap af flikkeren . . . 112,!!! Dan gaat die trut voor schut! Heerlijk!!! Dat is pas echt genieten: Prachtig! Kon ik ‚t maar . . .  Kon amper me evenwicht bewaren en zij liep maar achter me . . . , terwijl ik amper die trap op kwam . . .  Kon ze me niet gewoon passeren? Die trap was minstens drie meter breed! Dus, ik was dat Tering-Typhus-Kankerzooitjes niet aan ‚t ophouden en dat is weer zoiets: dan is zij mij aan me dikke reet die trap aan het opduwen. Ze moet met haar poten van me reet afblijven . . .  Ik word daar echt gek van, want je kan niks doen, je mag niets doen en je mag niets zeggen . . . Ik vergeet niks! Nooit!,“ Elfriede was daar helemaal van overtuigd . . .  

Elfriede: „Prima Frietje! Uiterst gedetailleerd . . .  En je hoeft helemaal geen afspraak te maken met een schrijfdokter, als je gedetailleerd schrijft, begin je ‚t al aardig te leren en ik zit met met dikke reet op een rode draaikruk,“ riep ze pissig . . .             E L F R I E D E

 

www.friedabblog.wordpress.com Leave a Reply

Trage deine Daten unten ein oder klicke ein Icon um dich einzuloggen:

WordPress.com-Logo

Du kommentierst mit Deinem WordPress.com-Konto. Abmelden /  Ändern )

Google Foto

Du kommentierst mit Deinem Google-Konto. Abmelden /  Ändern )

Twitter-Bild

Du kommentierst mit Deinem Twitter-Konto. Abmelden /  Ändern )

Facebook-Foto

Du kommentierst mit Deinem Facebook-Konto. Abmelden /  Ändern )

Verbinde mit %s