V A D E R S & Z O N E N

Mevrouw . . . , die was effentjes in Utrecht . . .

Die hele Meug: „So what?!? Wij legge d’r niet wakker van. Wist je dat Sinterklaas vandaag in Amsterdam aankomt?!?“  „Ja,“  zei mevrouw, want met die seniele treiter is zij toch nog wel ’n ietsiepietsie bij de tijd. Wat wij voor nieuws over ons heen krijgen in één enkele dag, via de media en kranten vooral … In de middeleeuwen hadden ze dat nog niet eens: IN ÉÉN HEEL JAAR!!! „IN NOG GÉÉN TIEN JAAR … ,“ dat zeg ik toch …P1020607

Theun de Vries

„Zo rolde dan ook dat jaar door zijn dagen, van de Vastenavond tot de nieuwe Kerst. De stad lette op Kiliaan Bor die besloten scheen te zijn de wolk van mismoedig druilen weg te vagen welke over de mensen was gaan hangen; men werd weer luchtiger van gemoed, men vierde Pasen en Pinksteren met oude pronk, bij het gaaischieten in de Kweetuinen zeiden de brouwers dat er in geen tijden zoveel bier gedronken was en de schutters wonnen waarlijk iets van hun oude vertrouwde faam terug, toen op patroonsdagen weer duchtig slag geleverd werd tussen gildemeesters en stadswachten.                                                                                                      En op de jaarmarkt vertoonde zich behalve veel kermisvolk van voorheen een Moorse dokter, zwart als ebbehout, met een turban van goudlaken en een rode mantel over een witte sleep en pantoffels met krultenen, die een stellage betrok achter de stadswaag; hij had een grijsbaardige knecht bij zich, die in half Diets, half Waals verkondigde dat ieder die wijsheid en vernuft in de hoogste mate deelachtig wilde worden, zich door de dokter uit het Morenland voor drie blanken in  de hand de kei kon laten snijden: want bij de domkoppen, zo miauwde de knecht met hoge stem, zit onder het schedeldak, boven het voorhoofd, een steen ter grootte van een walnoot die het verstand belet zich vrijelijk te ontplooien: welnu, de dokter weet die zit-in-de-weg te lichten zonder het storten van één droppel bloed en zonder dat de lijder meer voelt dan een vlooieprik. Er was een groot gedrang rondom de stellage; verscheidene boeren uit de omtrek, door vrouwen, moeders en vrijsters aangestompt, lieten zich allengs verbidden de stellage op te klauteren, waar zij op een matten stoeltje gezeten hun arm onbedekt hoofd overleverden aan de hand van de zwarte chirugijn, die witte lemmeren liet bliksemen – tot onder de Moorse vingergreep keien uit die hoofden rolden met een gebikker of jongens stuiters op elkaar smakken. De Brabanders schreeuwden en juichten bijval, de boerenmannen tastten naar hun schedel, zij keken naar de kei die de arts hun in de hand drukte en keken in de menigte, zij reikten de ebbehouten snijmeester drie blanken en verdwenen onder het volk met een gezicht of zij slimmer geworden waren dan tien bavianen. Jeroen van Aken had medelijden met hen die eerlijk waanden hun onverstand kwijt te zijn, maar hij dacht tegelijk bijkans van de lach te bezwijken, de onmogelijkheid lag er vingerdik bovenop. Aan het einde van de kermisdag werd alles duidelijk: de Moor en zijn knecht gooiden kledij en baarden af en ontp0pten zich als Kiliaan Bor en de beeldsnijder Leonard, die spuwers en dragers maakte voor de kapittelkerk.

De dikke scherts van de twee kunstenaars was dagenlang het gesprek en het stadsvermaak, maar Kiliaan gaf al wat hij aan handgelden van de onnozelen opgestreken had aan het gasthuis, zodat men er arme zwervers op doortocht onderdak mee kon verschaffen, indachtig de tekst ‚ik was een vreemdeling en gij hebt mij geherbergd‘; hij kocht bovendien nog een povere rekel die wegens diefstal in het openbaar gegeseld had moeten worden, los uit de handen van de schout. Sommigen in de stad zeiden dat hij zo ver niet had hoeven gaan, de vindingrijke en barmhartige Kiliaan; men zag al te weinig lijfstraffen meer op de stedelijke pleinen, alles werd maar met geldboeten afgedaan . . . “

Theun de Vries, uit ‚Moergrobben‘ page 59 en 60

Weiterlesen

Jan Jacob …

* Op de Kop van Jut * Westerpark * Amsterdam * 

Voor ik aan de spruitjes begin … , ga niets zoeken, omdat de bladwijzer er al bij ligt enneu …

Jan Jacob Slauerhoff is moeilijk te begrijpen. Om te beginnen moet je zijn biografie lezen en langzaam beginnen met de bundel SERENADE om er `n beetje in te komen … Bovendien … , ik vind het leuk om met zijn allerlaatste gedicht te beginnen …

Al dwalend

„Ik laat geen gaven na, / Verniel wat ik volbracht; / Ik vraag om geen gena, / Vloek voor- & nageslacht; / Zij liggen waar ik sta, / Lachend den dood verwacht.

Ik deins niet voor de grens, / Nam afscheid van geen mensch, / Toch heb ik nog een wensch, / dat men mij na zal geven: / „Het goede deed hij slecht, / Beleed het kwaad oprecht, / Hij stierf in het gevecht, / Hij leidde recht en slecht /

Een onverdraagzaam leven.““

P1020492

LAO  TSE

„Die het weten spreken niet, die spreken weten het niet.“

Deze woorden werd, mij verhaald, / Zij door Lao Tse uit de stilte vertaald.

Hoe weten wij dat hij wist? / Twaalf boeken schreef de wijze.

Heeft hij zich dus vergist, / Die ons het pad zou wijzen?“

P1020034

E L F R I E D E

Lerne dich selbst zu lieben

Ja …, als je nooit een complimentje krijg … Hoe houw je je hoofd dan boven water, want het is nooit goed of het deugd niet … Leuke blogs heb je en je schrijft helder en duidelijk … Als ik me blogs terug lees, snap ik ze zelf niet eens meer. F. 7 april 2019

Skill up your Life

Mitgefühl entwickeln

Viele Menschen haben das Problem, dass sie nie wirklich gelernt haben ein gewisses Maß an Selbstmitgefühl für sich zu entwickeln. Dies schlägt sich in folgenden Problemen nieder:

1. Versagensängste

2. Zu vieles Grübeln über die eigenen Fehler

3. Das Gefühl nicht zu genügen und nicht viel wert zu sein

4. Mit dem eigenen Leben unzufrieden zu sein

5. Streng mit sich umzugehen, wenn es einen gerade schlecht geht (Stichwort Innerer Kritiker)

6. Mitgefühl nicht zu verdienen

7. Minderwertigkeitskomplexe

Viele Menschen gehen mit sich selber zu hart ins Gericht, wenn es ihnen schlecht geht, oft versuchen sie sich dann so verzweifelt zu motivieren. In Wahrheit entmutigen sie sich dadurch, da sie ihrem Unterbewusstsein vermitteln Du bist nicht gut, so wie du bist. Erst wenn du ein anderer Mensch wirst, hast du es verdient dich gut zu fühlen. Du musst erst etwas erreichen, bevor du es verdient hast, gemocht zu…

Ursprünglichen Post anzeigen 904 weitere Wörter

Jan

* Op de Kop van Jut * Westerpark * Amsterdam *

De eerst zin is altijd weer zo’n ding en van Bertus leerde ik: „De titel mag niet voorkomen in je eerste zin.“ Maar Jan Jacob Slauerhoff trok zich daar niets van aan en betrok de titel onmiddellijk in zijn eerste zinnen, ook in gedichten …

Zo als gewoonlijk kunnen alle Azijn Pissers wel driftig over hem heen zeiken en recenseren, dat Jan echt niets bij droeg aan ’t interbellum … , dat hij een uit de tijd gevallen romanticus was … , dus zo’n kleine honderd jaar te laat … Wat echt wel vaker voor  komt bij dichters, hè … Dacht deze seniele trut dus zelf, om hem daarop nu af te zeiken …  Doe ’t hem maar eens na, hè …

Kijk, als Jan Jacob Slauerhoff niet romantisch was geweest, was hij wel ingenieur geworden of hoogleraar in de natuurkunde … Maar, soms heb je van die romantische zielen, hè … Ja, achterlijk, hè … , dan gaan die slappe lullen dichten, hè … Wat stom, hè … Ja, net zo als zijn gezondheid: Stelde ook geen fuck voor … – Every body happy so?!?

Betty: „Kijken … “

„Oké,“ zei Frietje, „de titel is ‚Po Tsju I en Yuan Sjen bij de Yang Tse‘, de eerste zin: „Een ander maal ontmoetten Po Tsju I en Yuan Tsen elkaar waar de Yang Tse zich door de rotsen wringt en na haar bevrijding donderend in de diepte stort.“ J.J. Slauerhoff

„Van Bertus … , mag dit niet … Tot op heden houd ik me hieraan. Meestal spring ik gewoon in het diepe en denk: Je kan er altijd nog iets voor schrijven of wat schrappen, want schrijven is vooral schrappen … ,“ riep ze naar Sylt.

Dit gedicht heeft dus helemaal géén titel, ik zocht er nog naar … Dus plak ik er zelf een titel aan en die luidt als volgt:

Moe is de machtige zee

Moe is de machtige zee, moe ook de zwervende wind.   

En ik dan? Een oude man en toch ook een hulploos kind. 

Ik wou dat ik lag op ’t verlaten strand, /  Waar alleen een meeuw mij nog vindt.

Aan wal zou geen mij weten. Ik werd vroeg oud,

Varend, getaand door de zon, gebeten door het zout.

Ik wou nu liever zinken, gelaten neer op ’t zand, Onder de lome deining van ’t diepe water woud.

Jan Jacob Slauerhoff

Ik herstel onmiddellijk de titel, als ik het gedicht tegenkom in zijn ‚Verzamelde Gedichten‘ …

E L F R I E D E